Geschiedenis van de buikdans


De dans is een expressieve beweging op ritmische klanken. Met dans kunnen diverse vormen van emoties worden weergegeven. De dans kan worden gebruikt voor het eigen welbevinden, alsmede voor entertainment. Hoe oud de dans feitelijk is, kan niet met exacte zekerheid worden vastgesteld. Men moet uitgaan van archeologische vondsten en de interpretatie daarvan.


Prehistorie

Er zijn rotstekeningen in diverse gebieden gevonden, waarvan de oudste circa 27000 jaar oud zijn. De oudste dansen zijn een vorm geweest om respect te tonen voor goden, die verondersteld werden de scheppers van de aarde en het leven te zijn. Door dans dacht men vruchtbaarheid af te kunnen roepen. Men danste zich in een trance, waarmee men hoopte een verbinding van de eigen persoon met het grote, goddelijke tot stand te brengen. Hierin danste men dus voor zichzelf en niet voor het publiek.

Uit diverse archeologische vondsten en hun interpretatie zou men kunnen concluderen dat de vrouw in de oudheid een belangrijke positie in de maatschappij en het godenrijk bekleedde. Voorbeelden van dergelijke vondsten zijn o.a. de Venus van Willendorf (centraal Europa), de Venus van Laussel (Frankrijk) en de moedergodin Çatal Hüyük (Turkije).

Vooral in een agrarische samenleving is het belang van de vrouw waarschijnlijk groot geweest. De vrouwenfiguur wordt ook meestal getoond als een moederfiguur van een mannelijke godheid die vaak als een stier werd afgebeeld. Tevens werd ze als oermoeder beschouwd.

Mogelijk was de rol van de man bij de voortplanting nog niet duidelijk. Vrouwen baarden kinderen; nieuw leven. De samenleving was matriarchaal, hetgeen betekent dat de stam of familie in de vrouwelijke lijn van belang was. Dit komt nog steeds voor bij o.a. de nomadische berberstammen in de Sahara en de Minangkabouw op Sumatra.


De bakermat

Circa 5000 jaar geleden werden in Egypte en Soemerië de nadruk gelegd op vrouwelijke goden. Tempeldienaressen en priesteressen waren belangrijke persoonlijkheden in de samenleving.

In diverse Egyptische graven of tempels komt dit tot uitdrukking in afbeeldingen van de godinnen Nuit, als godin van het hemelgewelf, en de vruchtbaarheidsgodinnen Isis, Hathor en de kat-godin Bastet.

Zij werden in andere gebieden aangeduid met andere namen, als de zonnegodin Arinna (Hittieten), Anahita (Iran), Ishtar (Midden-Oosten), Ajera (Kanaän), Aphrodite (Griekenland), Vesta en Juno (het Oude Rome), Kalwadi (Australië), Brigit (Engeland/Frankrijk/Spanje), Morgan (Engeland), Epona (Ierland), etc.
Godinnen werden beschouwd als de oermoeder of Magna Mater of als hoeders van het goede of het kwade zoals de met één blik verstenende Medusa, de bloeddorstige Sachmet en Anat, of Hera, Kali en Hine en de Heilige Maagd.

Net als de appelscenes van onder andere Eva en Venus zien sommigen in de latere animatiefilm Sneeuwwitje en de Zeven Dwergen in de giftige appelscene, godinnensymbolen tussen het kwade en het goede.

De tempelcomplexen in het Nabije en het Midden-Oosten waren het hart van de gemeenschap en de cultuur. Zij bezaten landerijen voor de verbouw van agrarische produkten en het houden van vee. De priesters regelden centraal het dagelijkse, economische en politieke leven, alsmede de cultuur. De priesteressen waren vaak van adel en waren geleerd en gerespecteerd. In de samenleving werden zij als heilige vrouwen beschouwd. Er was veel aanzien en respect voor de dans. Dit loopt door de eeuwen heen parrallel met respect voor het vrouwelijke en levenscheppende principe in de samenleving. Zij dansten uitsluitend voor de god. Om de goden te eren hadden de priesteressen gemeenschap met mannen, als hun minaars, maar ook met diverse mannelijke aanbidders van de god. Zij beschouwden dit als een heilige daad, alsmede een vruchtbaarheidsritueel voor de mens als de natuur. De danseres kwam in een trance en fungeerde als medium voor de man om contact met de godheid te krijgen. Hij schonk daarna geld of andere offers aan de tempel. Veeal worden deze rituelen thans aangeduid met de term tempelprostitutie. Naast deze tempelrituelen, floreerde echter ook de reguliere prostitutie, bedreven door prostituees, die hun individuele inkomen verdienden met "het lagere".

In een graf in Thebe zijn tevens fresco's te vinden van muzikantes en buikdanseressen uit 1400 voor Christus. Daarnaast kan men ook in de piramide van Sakkara afbeeldingen van een begrafenisoptocht met dansers en muzikanten uit circa 1250 voor Christus ontdekken.

De dans werd door de wereldlijke en religeuze machten echter als een bedreiging gezien, doordat de individuen via creativiteit, eigenheid hun eigen zelfstandigheid creëerden. De leiders vonden het daarom noodzakelijk om de dans te verbieden en deze in de taboesfeer te trekken. In deze periode werd de godinnencultus meer overstemd door de cultus van mannelijke goden en de onderdrukking van de vrouw.

Dit manifesteert zich onder andere in de verhalen van de ontvoering van Europa door de god Zeus en andere ontvoeringen en onderwerpingen. Er zijn veronderstellingen dat het Oude Rome op weg was om een vrouwelijk monotheïsme te ontwikkelen. Echter nog voor en met het ontstaan van het christendom, verdween de eerbied voor vrouwelijke waarden en voor de dans.
De laatste matriarchaten in de Westerse wereld waren gesitueerd in de gebieden rond de Middellandse Zee in Griekenland. De resten van
de Minoïsche cultuur (bloeitijd 500 tot 200 voor Christus) zijn nu nog te vinden op de eilanden Santorini en Kreta. Er zijn beelden gevonden van de slangengodin in Knossos op Kreta uit 2000 voor Christus, alsmede van de Grote Godin op Cyprus uit de 6e eeuw voor Christus.


Het patriarchaat en de aandacht voor mannelijke waarden deed zijn intrede. In die tijd ontstond het verschijnsel entertainment. Dansers en danseressen werden tegen vergoeding ingehuurd om voor vermaak en vertier te zorgen. In Christelijke culturen was er vanuit de godsdienst geen ruimte voor buikdans, aangezien men hierin werd herinnerd aan de oorspronkelijke sensuele kracht die eraan ten grondslag lag.


India

Oude afbeeldingen in India en haar omgeving geven aan dat de cultuur van tempeldanseressen en natuurgodinnen aldaar bewaard bleven.

De vroegste heilige geschriften van het Hindoeïsme, de veda´s (tussen 1500 en 1000 voor Christus) geven beschrijvingen hiervan alsmede in de 5e Eeuw na Christus, de oude tekst Devi-Mahatmya, waarin de godin Devi wordt verheerlijkt. Andere godinnen zijn apsarases (riviergodinnen). Devi wordt in meer godinnen voorgesteld, als de liefhebbende Parvati of de dood brengende Kali. De tempeldansen, die de Indische godenverhalen uit de Mahabharatha uitbeelden zijn tegenwoordig nog overleveringen hiervan. Andere rituele en spirituele dansen uit India, zoals Orissi en Kathak, stammen ook uit het verre verleden.


Hawaï

In de Polynesische cultuur, danst men de Hula. Hierbij wordt onder andere de godin Papa of Haumea, de aardmoeder als de vruchtbaarheidsgodin en beschermvrouw van de geboorte en de landbouw vereerd. Zij wordt belichaamd door de vulkaan Pele. Deze neemt leven door uitbarstingen en schenkt leven wanneer uiteindelijk de lava de aarde weer vruchtbaar maakt. In Hawaï kent men ook Hi´aka, een zustergodin van Pele. De dans wordt al eeuwenlang doorgegeven.

Dit geldt ook voor de muziek en de Polynesische taal. De dansen beelden alle aspecten van de cyclus van het leven uit. Dit wordt zowel door mannen als vrouwen gezamenlijk of individueel beoefend. De voorbereidingen hiervoor zijn zorgvuldig en met aandacht voor de natuur. Men gebruikt bloemen en bladeren om de kostuums samen te stellen. De originele rituele dansen en muziek zijn in de 20e Eeuw ook onder de Westerlingen door verschillende Hawaïaanse artiesten bekend geworden. De toeristen worden door muziek, bloemenkransen en golvende armbewegingen, verwelkomt.

Ook andere landen in de wereld kennen hun godinnen of priesteressenvereringen, zoals de Nigeriaanse Yemonja, die terugkomt in Midden- en Zuid-Amerika als Yemanja, alsmede de watergodin Oxum; in Japan de godin Izanagi; in West-Afrika de godinnen Oya, Oshun en Oba; in China Jiandi; in Tibet Srid-Lcam; in Nepal de groene Tara, op Kreta Eurynome; in Mexico de maangodin Coyolxauhqui; en de berdaches in het inheemse Noord-Amerika.


Herbeleving van de dans

Onder andere zigeuners hebben de dans in een later stadium vanuit India weer in het Westen geintroduceerd of beïnvloed via twee routes.

De eerste loopt via het Noorden van de Middellandse Zee, vanuit India, Pakistan, Turkije, de Balkanlanden naar Oost-Europa met aftakkingen naar Griekenland, en via Zuid-Frankrijk naar Spanje.

De tweede reisroute loopt via het Zuiden van de Middellandse Zee. Deze is voor de oriëntaalse buikdans het meest bepalende geweest. De route liep via het Midden-Oosten, Perzië en Turkije of de Rode Zee naar Egypte. In Egypte kwam het in contact met Afrikaanse dansen ten zuiden van Egypte, waaronder Nubië (het huidige Soedan en Ethiopië). De bewegingen van de uiteindelijke oriëntaalse buikdans kwam voort uit een fusie van deze dansvormen.

In de 6e eeuw na Christus ontstond in het Midden-Oosten de Islam. Deze religie gaf een verbod op afbeeldingen en uitbeeldingen van goden of personen. De landen van het Midden-Oosten en Noord-Afrika boden echter een vruchtbare bodem voor de orientaalse dans. In deze samenlevingen onderkende men waarschijnlijk wel de sexualiteit van de vrouw, maar deze werd echter versluierd met het oog op mogelijke negatieve neveneffecten. Vieringen van het leven en de vruchtbaarheid, zoals huwelijk, geboorte- en doopfeesten gaven aanleiding tot dansen.

In de diverse gebieden van het Midden-Oosten en Noord-Afrika ontstonden specifieke stijlen en bewegingen. Dit geldt ook voor de diverse kostuums, gebruik van muziekinstrumenten, etc.

De dans werd uiteindelijk door de Moren vanuit Noord-Afrika en de zigeuners tot in Spanje geintroduceerd. Hieruit is de flamenco, met een geheel eigen stijl en temperament, gegroeid.